| |
|

29 juli 2002
Europa op drift
George Sluizer verrast met mix van Buñuel en 'The Birds'
Auteur Hans Hoes
De Portugese Nobelprijswinnaar José Saramago staat er om bekend
dat hij in zijn boeken elementen van oude mythen en de geschiedenis van
zijn land vermengd met zijn surrealistische verbeelding.
Zelfs heeft hij wel eens gezegd dat zijn werk gaat over de mogelijkheid
van het onmogelijke, over dromen en illusies. Dat geldt zeker voor La
Balsa de Piedra ( Het Stenen Vlot) waarin het Iberisch schiereiland drift
raakt nadat het door een aardbeving is losgerukt van het Europese continent.
Deze roman, waarvan al een Engelse vertaling bestaat en die binnenkort
ook in het Nederlands zal verschijnen is nu verfilmd door George Sluizer.
het resultaat is een aangename verrassing, die zich het beste laat omschrijven
als een mix van onderkoeld surrealisme a la Louis Buñuel met een
vette knipoog naar 'The Birds.'
Formeel is Het Stenen Vlot een Nederlandse cv-film maar hij oogt absoluut
niet Nederlands. Deze Spaans-Portugees-Nederlandse coproductie is opgenomen
in Spanje en Portugal. De voor een Nederlands publiek onbekende acteurs
zijn van Portugese Spaanse of Argentijnse herkomst.
Mede dankzij de gulle Nederlandse fiscus is Het Stenen Vlot een visitekaartje
geworden van de rijke Europese cultuur. Het moet raar lopen wil dit straks
geen stevige filmhuis hit worden.
Saramago's roman verscheen in 1986, niet helemaal toevallig het jaar waarin
Spanje en Portugal toe traden tot de Europese Gemeenschap. Is het daarmee
een politiek statement van een euroscepticus?
Als dat zo was, zou er weinig voor de hand liggen omdat vijftien jaar
na dato in een speelfilm nog eens dunnetjes over te doen. Bovendien is
door een onomwonden protest de ironische toon niet scherp genoeg. Er is
dus meer aan de hand. Saramago liet zich niet alleen inspireren door de
politieke actualiteit van toen. Hij koppelde ook de eeuwenoude rivaliteit
tussen Portugal en Spanje aan een thema uit de klassieke hispanistiek.
Waarin het geïsoleerde Iberisch schiereiland model staat voor Europa
in het klein. In feite is dus heel Europa op drift. In dat klein-Europa
staat een rond reizend groepje individuen centraal; een microkosmos binnen
een microkosmos.
De film begint stapsgewijs met de introductie van de vijf hoofdpersonen,
die op verschillende locaties in Spanje en Portugal te maken krijgen met
vreemde natuurverschijnselen: Joana (Ana Padrão) trekt met een
stok een lijn in de grond die zich opent; schoolmeester José (Gabino
Diego) wordt waar hij ook gaat gevolgd door een zwerm spreeuwen; de oudere
apotheker Pedro (Federico Luppi) is gevoelig voor seismische trillingen;
Joaquin (Diogo Infante) laat in de branding van de zee een grote kei spotten
met de zwaartekracht; Maria (Iciar Bollain) is in de weer met een eindeloze
wollen draad die ook iets te maken heeft met een mysterieuze zwerfhond
met een blauw bolletje wol in zijn bek.
Als langs de Frans-Spaanse grens een enorme scheur in de Pyreneeën
ontstaan, grijpt dat diep in de gemeenschap in. Helikopters cirkelen boven
de plek des onheils; op de televisie proberen machteloze politici vergeefs
de paniek te bezweren. Verbluffend snel schieten de Amerikanen te hulp
die --ongetwijfeld met imperialistische motieven -- op een even simplistisch
als hilarische wijze proberen de kloof te dichten. Het mag niet baten
de rampkoers richting Azoren lijkt onafwendbaar.
Van de toenemende ontwrichting van de maatschappij krijgen we slechts
enkele flitsen te zien en te horen; ze dienen als contrast met het bedaarde
tempo waarin de hoofdpersonen hun eigen plan trekken. Ook bieden ze aanknopingspunten
om contact te leggen tussen de vijf personages, die tot dan toe onbekenden
voor elkaar waren. Op de klassieke manier van zwaan-kleef-aan ontstaat
een clubje gelijkgestemden dat over stoffige landweggetjes sukkelt, eerst
in een oude2CV en als die het begeeft per paard en wagen.
Het is niet zomaar een willekeurig gezelschap ontheemde individualisten.
Door niet panisch of afwijzend te reageren, heeft de groep zich in Joanna's
woorden ' buiten de logica van de omringende wereld geplaatst'.
Juist door zich ontvankelijk open te stellen voor het bovennatuurlijke,
ontdekt iedereen spelenderwijs hoe hij of zij zelf in elkaar zit. Er is
nog een andere gemeenschappelijke factor: niemand heeft een thuisfront
om rekening mee te houden. Romances kunnen dan ook niet uitblijven; zelfs
de grijze Pedro , onheilsprofeet tegen wil en dank, is zijn aantrekkingskracht
op de andere sekse nog niet verloren.
Al dat reizen op een gebied dat zich zelf ook verplaatst maakt Het Stenen
Vlot de eerste roadmovie in het kwadraat.Er zijn ook raakvlakken met de
maatschappijsatire en de rampenfilm.
Als alternatieve rampenfilm is Het Stenen Vlot niet gespeend van special
effects, maar zonder banale explosies en obligate vuurzeeën. Hier
is speelse fantasie het richtsnoer, zoals bij die zwerm spreeuwen die
achter de 2CV aan blijft vliegen.
Op een stil stukje weg probeert de bestuurder het even uit, en inderdaad:
als hij plotseling op de rem trapt, zwenkt de hele zwerm keurig mee. Je
mag hopen dat niemand verklapt hoe ze dat voor elkaar hebben gekregen
! Heel bijzonder is ook de sprookjesachtige scène 's nachts aan
het strand, waarin de afgebrokkelde rots van Gibraltar als een feestelijk
verlichte oceaanstomer langzaam voorbij komt drijven.
Het surrealisme van Het Stenen Vlot is tegelijk de achilleshiel. Je zit
mee te leven met uiterst basale zaken -liefde, leven en dood - maar je
wordt keer op keer met je neus op het feit gedrukt dat het allemaal maar
spielerei is. Daarmee dreigt het gevaar dat sommige kijkers met een onbevredigd
gevoel zullen achterblijven. Waar ging het nu eigenlijk over ? Is het
stiekem toch de bedoeling dat Europa weer uit elkaar valt in het kader
van de individuele zelfontplooiing ? Maar die valkuil dient vermeden te
worden: in de werkelijkheid van het surrealisme is helemaal geen logische
verklaring nodig.
Het Stenen Vlot is wat het is; als de Amerikanen er deze keer maar met
hun vingers van afblijven.
Het Stenen Vlot gaat in september 2002 in roulatie.
De vertaling van de gelijknamige roman van José Saramago verschijnt
in augustus 2002 bij Meulenhoff
|
|